Home » Media » Newspaper articles » Zo geven we zin aan het zinloze

Zo geven we zin aan het zinloze

 

zinloze_pzc_uitgids_2011


“Zo geven we zin aan het zinloze” Uitgids PZC, Provinciale Zeeuwse Courant

Donderdag 03 maart 2011 Raadselachtige schilderijen zag ik deze week.
Op beide zijn gestalten te zien zoals je ze niet dagelijks tegenkomt.

Het werk van Erlend Steiner Lovisa (1970) oogt aantrekkelijk, is beheerst en subtiel geschilderd, laag over laag, de zichtbare werkelijkheid nauwkeurig volgend, en toch niet te gedetailleerd. Roeland Zijlstra (1961) penseelt krachtig en soms karikaturaal, stevig omlijnde koppen en gestalten, expressieve deformaties, niet natuurlijke kleuren. Het werk van beide schilders blijft je bij, je kunt er niet omheen. Tussen de onafzienbare beeldenstroom die je dagelijks passeert valt hun kunst op en daarmee is een eerste wapenfeit bereikt. Hoe verschillend de aanblik van hun voorstellingen, het raadselachtige maakt ze verwant.

Steiner Lovisa toont vrouwen van wie het gezicht verborgen gaat achter hun haar. Vaak zitten ze ongemakkelijk op een krukje. Ik zie ook werken met twee vrouwen van wie het haar tot een golvende massa in elkaar is geweven. Steiner Lovisa baseert zijn composities op door hem geënsceneerde foto’s van mensen die hij kent. Het niet zichtbaar zijn van hun gezicht kan verwijzen naar het deel van iemand dat voor anderen verborgen blijft. Je kunt ‘de ander’ immers niet zo kennen als die zichzelf kent. Je hebt geen toegang tot zijn herinneringen, gedachten en gevoelens. Op het gezicht valt vaak veel te lezen. Blijft het gezicht verborgen dan weet je maar weinig van wie je voor je hebt. Niet voor niets is de boerka in open samenlevingen een weinig gewaardeerd kledingstuk. Eigenlijk speelt Steiner Lovisa een gemeen spelletje met ons als toeschouwer. Hij kent immers zijn modellen en laat ze expres met bedekt gelaat poseren. Hij zet ‘de’ werkelijkheid naar zijn hand en bepaalt wat wij wel en niet mogen zien. Dat is natuurlijk eigen aan elke kunstenaar, maar Lovisa maakt er een thema van dat hij geraffineerd uitspeelt. De vrouwen sluiten zich af, maken zich onzichtbaar. Meestal maak je even contact als je alleen met iemand bent. Behalve in de lift. Nu ben je als het ware in één ruimte met iemand die weet zou moeten hebben van jouw aanwezigheid, maar die in feite ontkent door zich niets van jou aan te trekken. Dat maakt de situatie enigszins intiem en de toeschouwer een voyeur.

Soms voegt Lovisa een object toe dat een rol speelt en een mogelijke interpretatie stuurt. Als hij een vrouw een krukje voor haar hoofd laat houden, de pootjes naar de toeschouwer gericht, dan behelst dat een actieve afwijzing. En wanneer hij iemand gehurkt op een klein krukje zet zit daar een nadrukkelijk zich losmaken van de omgeving in, iets van toevlucht zoeken. Ik vind dat type voorstelling sterker dan die waar de vrouwen zich alleen achter hun haar verbergen. Er komt een laag bij. Het ongrijpbare van de angst en de eenzaamheid van de geschilderde personages vermengt zich met de onmogelijkheid van de beschouwer te begrijpen of in te grijpen. Met machteloosheid als gevolg. En zo het besef dat de werkelijkheid ons handelen de baas is.

De voorstellingen van Roeland Zijlstra zijn gevarieerd, maar vaak vreemd. Twee keer een oudere man op een schommel, een man in zwembroek die een vrouw in bikini meesjouwt, een man met een eihoofd op bed zittend, een andere man met een gewoon hoofd en een bril ook op een bed zittend, een staande geklede man tegenover een staande naakte vouw. Alle figuren zijn minimaal van middelbare leeftijd, op misschien een in haar blootje zittende vrouw na die vanaf een ligstoel met haar tenen het haar van een medezonaanbidster lijkt te beroeren.

Het vreemde en vervreemdende komt voort uit wat Zijlstra ten tonele voert en uit zijn vorm- en kleurgebruik. Net als in de reeks ‘Sluiser café’ in mei 2010 in de Raadskelder, gaat het meestal om situaties met anonieme mensen die Zijlstra opvoert als acteurs die zichzelf spelen. Daarin zit een parallel met Lovisa. Maar waar draait het Zijlstra om? Het schilderen is ook voor hem belangrijk. Je ziet dat aan de vormentaal en de kleuren. Hoe grotesk en overdreven ook, de keuzes zijn nadrukkelijk en met zorg gemaakt. Ik proef een soort liefde voor banaliteit, zoals ook in het ter inzage liggende boekje ‘Dossier Rottiers’ waarin anekdotes over ‘op café gaan’ worden afgewisseld met boertige beschrijvingen van (pogingen tot) sexuele escapades. Vergeleken met ‘Sluiser café’ is deze expositie spannender: de scènes minder voorspelbaar en de beeldtaal verfijnder, althans in ‘Musselblues’ en het prachtige portret van Roger Raveel. In deze werken smelten visuele vondsten samen met een visie op het onderwerp dat de sjabloon overstijgt. De schilderkunstige nuance spiegelt de inhoudelijke waardoor Zijlstra de aandacht gevangen blijft houden. In een boekje dat Zijlstra samen met Marc Nagtzaam maakt – de laatste schreef onderschriften bij tekeningen van strandscènes – lees ik: ,,I have a desire to say nothing, yet without becoming simply decorative”. Dat zou kunnen slaan op het streven van Zijlstra. Dat verklaart dan de aparte spanning die in zijn voorstellingen besloten ligt en in de manier waarop hij ze verbeeldt. Zo geeft hij zin aan het zinloze. Zien en gezien worden kan betekenis geven aan een bestaan waarvan je je kunt afvragen wat er de bedoeling van is. Sterker nog, er hoeft geen bedoeling te zijn om te bestaan. En dat kan desondanks toch de moeite waard zijn. Mits je de leegte weet te bestrijden. Ik denk dat het daarom draait bij Zijlstra. En ik ervaar dat als een zinvolle opdracht.

Erlend Steiner Lovisa: Kunstuitleen Terneuzen, Bellamystraat 26a, Terneuzen.
T/m 12/3. Di. t/m vr. 13.00 – 17.00 uur, za. 10.00 – 14.00 uur.

Roeland Zijlstra: ‘Musselblues’, Pand 3, Gentsebreedstraat 3 Philippine.
T/m 6/4. Do. en vr. 13.00 – 16.30 uur en op afspraak.